NaamLengte
Het is even wennen. Na het langzame en prachtig opgebouwde begin, raast de ‘Ouverture’ van Die Zauberflöte in moordend tempo verder. Maar wie zich aan de combinatie René Jacobs en Mozart waagt, kan zo langzamerhand weten dat er een radicale aanpak te verwachten valt. Volgens de Vlaamse dirigent worden Mozarts opera's sowieso te langzaam uitgevoerd. Daarover werd immers in de vroege negentiende eeuw al gemopperd door orkestmusici die nog onder Mozart zelf Die Zauberflöte hadden gespeeld. In de uitvoerige toelichting bij het cd-boekje van ruim driehonderd bladzijden, draagt Jacobs nog veel meer ‘bewijs’ voor zijn prikkelende stellingen aan. Of het waar is of niet is irrelevant, de dirigent verdedigt met verve zijn visie op Mozart. En die op Schikaneder, de librettist wiens (lange) dialogen ruim baan krijgen bij Jacobs. Ze worden levendig gebracht, zelfs smakkend met volle mond. René Jacobs voegt er zoveel geluidseffecten aan toe dat het soms lijkt of je naar een hoorspel luistert. Gedrup, gedonder, gefluit, gegrom, een divisie windmachines op oorlogssterkte, alleen het piepende tuinhek ontbreekt nog. Verrassend is dat geluidsdecor zeker, net als de flarden muziek die erin doorklinken. Soms lopen dialoog en muziek in elkaar over, waarmee Jacobs zijn uitgangspunt benadrukt: de versmelting van muziek en woord die Mozart en Schikaneder voor ogen stond. Wie zich openstelt voor de renovatie van Mozart door René Jacobs, krijgt een hecht ensemble zangers, een pittig spelende Akademie für Alte Musik Berlin en een warme, ruimtelijke opname.
Tonko Dop