Sjostakovitsj schreef zijn opera De Neus, gebaseerd op een absurdistisch verhaal van Gogol, op 22-jarige leeftijd. Naast de muziek schreef hij ook een groot deel van het libretto. De energie en gedrevenheid van de jonge componist spat van de partituur: in grote contrasten, een onophoudelijke ontwikkeling van de muziek en vooruitstrevende compositietechnieken. Het libretto blijft niet achter: een enorme bezetting (maar liefst 78 rollen!) en een adembenemende dichtheid aan gebeurtenissen en emoties. De Neus is een enerverend stuk en de voorbode van alles wat er nog aan muziek uit de pen van deze componist zou vloeien. Maar tevens is het duidelijk gecomponeerd op een moment dat hij nog ongehinderd door het Sovjet-regime zijn gang kon gaan; niet zo aangrijpend als zijn latere werk, niet smartelijk, eerder overrompelend en doortrokken van de arrogantie van de jeugd.
De opera krijgt in deze lezing het volle pond van Gergiev en de zijnen. Je móet blijven luisteren naar deze fascinerende uitvoering waarop iedereen zich net zo vol overgave gestort heeft als indertijd de componist. We horen stuk voor stuk uitstekende zangers (heerlijke Russiche stemmen, heel goed gecast), gedreven spel en zang van orkest en koor. Het past allemaal als een handschoen.
Het bijgeleverde boekje biedt lezenswaardige informatie over De Neus en legt daarnaast kort en bondig uit hoe de letters van het Russische alfabet klinken. Zo kun je tijdens het luisteren de tekst makkelijk volgen, zonder dat er een gekunstelde transcriptie in Latijns schrift aan te pas komt. Slim bedacht.
Irene Witmer