In één klap werd pianist Hannes Minnaar bekend toen hij in 2010 de derde prijs op het Koningin Elisabeth Concours won. Daarmee was hij überhaupt de eerste Nederlander ooit die een prijs op dit concours in de wacht wist te slepen. Hoewel Minnaar na zijn afstuderen al rondliep met cd-plannen, was dit natuurlijk een prima aanleiding. Het werd een gedurfd programma met Rachmaninovs weinig bekende Eerste Pianosonate (1907) gekoppeld aan Ravels Sonatine en Miroirs (beide voltooid in 1905). Niet alleen in jaren staan de werken dicht bij elkaar, ook in buitenmuzikale inspiratiebronnen. Rachmaninov wilde zijn Eerste Pianosonate aanvankelijk vormgeven als een drieluik, bestaande uit portretten van Faust, Gretchen en Mephistopheles. Later liet Rachmaninov dit plan varen, maar in de muziek waart Fausts geest nog spookachtig rond. Ook in Miroirs hebben we te maken met indirecte inspiratiebronnen. Hier zijn het vooral bespiegelingen van nachtvlinders, klokken en vogels. Technisch beheerst Minnaar het allemaal, maar zijn toon is minder omfloerst dan je in eerste instantie zou verwachten. Het levert in ieder geval een kristalhelder klankbeeld op waar je in het begin even aan moet wennen. Ben je er eenmaal door, dan voelt het als een verkoelend bergmeer. (JWvR)


