Björn Schmelzer, de jonge artistiek leider van ensemble graindelavoix, wond er in interviews al geen doekjes om: ‘Sommige mensen zijn geshockeerd door onze uitvoeringen.’ En inderdaad, wie bij vocale oude muziek denkt aan een fraaie aaneenschakeling van consonanten, komt bedrogen uit bij het horen van Poissance d’amours. De titel verwijst naar een 13de-eeuws Brabants traktaat over liefdes- en verleidingskunst en slaat behalve op de lichamelijke liefde, bezongen door trouvères, ook op de mystieke liefde zoals die werd ervaren door iemand als Hildegard von Bingen. Maar de nieuwe vormen van meerstemmigheid waarmee de liefdesverklaringen worden geuit, gaan gepaard met wel heel opmerkelijke samenklanken. Dat staat natuurlijk ook in alle musicologische verhandelingen over die tijd, maar in de vertolkingen van graindelavoix (letterlijk ‘korrel op de stem’) wordt niet, zoals meestal, gepoogd de scherpe kantjes van al dat ‘gedissoneer’ weg te poetsen. Sterker nog, met vrije improvisaties en snerpende timbres doen ze er nog een schepje bovenop, waarbij ook aan het individuele geluid maar weinig beperkingen worden opgelegd. Bij Schmelzer gaat intensiteit van de uitvoering uitdrukkelijk vóór homogeniteit van de samenklank. Hier gelden andere idiomatische wetten die, als je eenmaal gewend bent aan de merkwaardige sensaties in je trommelvliezen, verrassend snel overtuigen. Björn Schmelzer en de zeven zangers en drie instrumentalisten van graindelavoix verdienen lof voor de moed die nodig was om dit eigenzinnige pad te bewandelen en voor de ongehoorde resultaten waartoe dat heeft geleid.
Jolande van der Klis