Na het stormachtige succes van hun debuut-cd veroveren de gebroeders Jussen de muziekwereld opnieuw, nu met een aan Schubert gewijd album. Naar eigen zeggen was dat vooral een persoonlijke keuze, aangezien beide heren Schuberts muziek ongeveer met de paplepel kregen ingegoten. Vooral de late pianowerken zijn hier vertegenwoordigd met de twee reeksen Impromptus uit 1827 (D.899 en 935) en de magistrale Fantasie voor vier handen, D.940, die hij minder dan een jaar voor zijn dood componeerde. Het is fijnbesnaarde muziek die bol staat van melancholie en intimiteit en daarmee juist ‘zo geniaal en tegelijkertijd ook kwetsbaar is’, aldus Arthur Jussen. Tegelijk is het ook een logisch vervolg op hun eerste album, waarop ze al een uiterst serene Beethoven lieten horen. Deze lijn wordt hier dus doorgetrokken met een verdere uitbalancering van de pianoklank. Ondanks alle verstilling vormen de weinig uitgevoerde vier Polonaises D.599 eigenlijk de grootste verrassing. Met hun karakteristieke dansritmes, humor en elegantie wijzen ze al vooruit naar de gelijknamige werken van Chopin en Wieniawski. Wie weet kunnen we dit opvatten als een stille hint naar een eventueel volgend album…? (JWvR)


